Een zwangerschapstest is niet zoals een ovulatietest. Het is niet ‘een beetje’ niet zwanger, of ‘nou misschien, we wachten het nog even af’-zwanger. Zo onduidelijk als die ovulatietest is, zo helder geeft de zwangerschapstest aan dat het niet is gelukt. Op onze teststrip verschijnt niks, nog geen zweem van een kleurstreepje. Mijn vriendin inspecteert de test nóg eens in het licht van de bureaulamp: ‘echt niet hè?’ ‘Nee schat, echt niet.’ Ik reken ondertussen uit of we nu gewoon op zomervakantie kunnen.
Mindfuck
De afgelopen week was ik teamcaptain verwachtingsmanagement. Mijn vriendin had sinds de inseminatie een rits aan psychosomatische symptomen gehad. Opeens was ze ‘s ochtends misselijk, had ze buikpijn. Hoopvol zei ze: ‘Je schijnt het te voelen he? Als het lukt.’ Ik zei braaf: ‘ja, zou kunnen.’ Ik dacht: doe normaal.
Toen de ingebeelde ochtendmisselijkheid begon heb ik mijn moeder-van-twee-kinderen vriendin gebeld.
‘Hee E.,’ vroeg ik haar, ‘vraagje: Voel je het als je zwanger wordt?’
‘Nee,’ zei ze resoluut, ‘Je voelt het als je bevalt.’
‘Oké, thanks.’
Goed, dat was het wat mij betreft. Tegen mijn vriendin herhaalde ik de mantra ‘we zien het wel, oké?’
‘Jajaja’, zei ze, en voelde aan haar buik. ‘Voel je het al schoppen?’ vroeg ik. Nu denk je misschien ‘maar, het kon toch ook gewoon in één keer raak zijn?’ Ja, dat kon, maar ik had het gevoel van niet.
Bier
Niet gelukt dus. Ik stond dus met een licht teleurgestelde vriendin in de keuken. Ze had de test inmiddels op het aanrecht gelegd. ‘Misschien moet ‘ie nog even liggen.’ Ze kijkt nog eens naar de test, die al een half uur ligt te zijn. ‘Nou, of misschien niet.’
Het is even stil. Gezien het feit dat we geen twintig meer zijn, verwacht ik niet anders dan dat we nog vele malen mis zullen grijpen. We appen de donor: ‘vind je het heel erg om je over een week of drie weer af te trekken?’ We krijgen snel antwoord: ‘nee hoor, dat lukt wel.’ Fijn.
Mijn vriendin kijkt me aan. Balen. ‘Koffie?’ vraag ik. ‘Ja, doe maar dan.’
Tien minuten later zitten we met de koffie op de bank. Ze tikt me aan: ‘Hee, maar als ik toch niet zwanger ben, zullen we vanavond naar de bios gaan en bier drinken?’
‘En,’ vervolgt ze, ‘ik heb na zitten denken: we kunnen nu dus in ieder geval op zomervakantie.’
Nou, kijk eens aan, zitten we weer helemaal op één lijn!







