Ik begon mijn baby-uitzet met een stuk of vijf tassen tweedehands kleding, van vrienden met waarvan de kiddos inmiddels uit de luiers waren. Met een opgeluchte ‘zo, daar ben ik vanaf’ duwden ze me een volle zak kleding in m’n handen. Prima, ik was er blij mee. Maar ik had dus veel, heel erg veel, en alles zat door elkaar. Dan leer je sorteren en scheiden, én ‘nee’ zeggen tegen de buurvrouw die met een tas mutsjes en sokjes aan komt zetten. Dus voor aanstaande ouders, hierbij mijn tips over de baby-uitzet samenstellen.
Tip 1: Maten zijn centimeters
Het kwartje was wellicht al gevallen: inderdaad, die ‘56’ staat voor 56 centimeter.
Dit is zo’n beetje de groeicurve voor een baby in de eerste twee jaar:
0-2 maand – maat 50 en 56
2-4 maand – 62
4-6 maand – 68
6-9 maand – 74
9-12 maand – 80
1-2 jaar – 86 en 92
Sommige sites vermelden maat schoenen. Weiger schoenen. Baby’s lopen niet. Ze willen op hun voeten kauwen en die dingen zitten in de weg.
Tip 2: Koop of sorteer eerst een compacte uitzet, later de rest
Koop het gros van de kleding nadat je je baby hebt gekregen. Sorry als je zo’n zin had om te gaan shoppen, maar je weet nog niet wat je handig vindt. De ene ouder zweert bij boxpakjes met ritsjes (ik) en de ander bij broekjes met een shirtje. Je rent die eerste maand toch 800 keer naar de winkel, en dan kan ‘4 broekjes lekker wijd’ op het lijstje.
Dit is een prima, compact startpakket voor een gemiddelde baby:
6 rompertjes maat 50 en dito maat 56 (varieer in overslagrompers die je aandoet als een vestje en over-het hoofd-trek-rompertjes; dan weet je wat je prettig vindt werken)
3 boxpakjes maat 50, 3 maat 56 (niet teveel drukknoopjes)
2 broekjes in 50 en 2 in 56 (geen knopen enzo, gewoon joggingbroekjes)
2 truitjes in beide maten
2 paar slofjes, maat maakt niet uit, gewoon ieniemienie klein (dat zijn sokjes met een bandje/vernauwing aan de bovenkant, als alternatief voor sokken, want die blijven toch niet zitten)
Tip 3: Sorteer maten op het oog, niet op het label
De maat op het labeltje van babykleding is vage indicatie. Het ene rompertje is gemaakt in een sweatshop in Cambodja, een ander in Frankrijk. Iedereen doet maar wat. Dus houd het rompertje of broekje omhoog en volg je gevoel. En voor de rest geldt: als het rompertje tussen de naad van je baby trekt is het te klein, en als je aan het eind van de dag je baby moet gaan zoeken in het rompertje is het te groot.
Tip 4: Vouwen doe je maar in je eigen tijd
Leg shirtjes, boxpakjes en broekjes niet gevouwen in de kast. Doe geen moeite. Laat het. Drie kratjes in de kast, goed leren mikken en klaar. Je hebt echt wel wat beters te doen.
Tip 5: Zeg ‘nee’ tegen teveel kleertjes: N.e.e.
Als je vrienden en familie hun gang laat gaan zit je straks met honderd rompertjes in maat 50. Als je genoeg hebt, spread the word: ‘ik hoef geen kleding meer’. Ook niet als het hele leuke/schattige/supergave kleding is. Zet op je geboortekaartje dat je liever een cadeaubon hebt, dat is niet onaardig of ondankbaar. Het scheelt vuilniszakken vol met goedbedoelde rotzooi. En de baby zal het zijn of haar reet roesten; die is alleen maar geïnteresseerd in melk.







