Voorweeën, de hel

Blogs

Ik weet niet meer wat ik op mijn facebook-timeline typte die avond, maar het was iets in de richting van ‘welke achterlijke idioot heeft voorweeën bedacht?’ Wat was het geval? Ik moet nog een paar weken zwanger zijn van de natuur en gisteren, eind van de middag – tot een uur of tien ’s avonds – werd ik getrakteerd op wat ze luchtig ‘voorweeën’ noemen. Betekent niks, en wil niets zeggen over wanneer de echte bevalling komt. Internet noemt het ook wel oefenweeën. Ik noem het AAAAAAAAH-SOODEJEZUSKUT, al kreeg ik na twee uur ragwerk in mijn binnenste dat mijn bek niet meer uit.

Baarmoeder als feesttent

Het was zes uur toen mijn vriendin uit haar werk thuis kwam, met onze dochter uit de opvang. Het hele huis was inmiddels donker, want ik lag al twee uur in bed mezelf dood te wensen en diepe spijt te hebben van dit hele zwanger-worden-plan. Ik was het bed niet meer uitgekomen. Letterlijk. Drie pogingen gedaan; no go. De baby had besloten dat de beste tactiek tegen de voorweeën was om zich schrap te zetten en heen en weer te draaien. Verder probeerde ze via mijn navel naar buiten te breken met haar knie. M’n buik bewoog tussen de weeën door als een iglotentje waarin een Ajacied en Feyenoorder zijn opgesloten met een krat bier en een boksbeugel. Nee, dat is niet prettig, en het woord ‘kutbaby’ is gevallen.

Oefenen

Maar goed, mijn vriendin kwam dus een duister huis binnen, er hing een sfeer waar een platgebombardeerd Syrisch dorp nog vrolijk bij afsteekt. Ze wist niet heel goed wat te verwachten denk ik: iets tussen mij met met zestig centimeter ontsluiting achter de bank aantreffen en gewoon de standaard chagrijnige vriendin met kramp. Maar dat is het lullige aan die laatste paar weken, dan kun je geen ‘au’ meer zeggen of je partner denkt dat de baby al halverwege je knieën hangt. Ik stootte laatst m’n teen aan een stoelpoot; ze hing nog net niet met de verloskundige aan de telefoon.
‘Schat…?’ hoorde ik haar in de gang, ‘waar ben je?’
‘Hier!’ Nuttige aanwijzing.
‘Waar?’
‘In de slaapkamer!’
Ze stak haar hoofd om de hoek. ‘Hee, schatje… Je had het in de app over voorweeën, maar weet je zeker…’
‘Nee ik ben niet aan het bevallen. Ik heb het gewoon zwaar!’ riep ik boos. Er kwam nog net geen zwarte rook uit m’n oren.
‘Wil je dat ik de verloskundige bel?’ vroeg ze.
‘Nee, want die zegt dat het voorweeën zijn en dat we moeten terugbellen als ze om de vijf minuten komen.’
‘Hoe vaak…?’
‘IK BEN NIET AAN HET BEVALLEN IK BEN AAN HET OEFENEN!’

Pillen erin

Twee uur, tien weeën en een stuk of twintig rotschoppen later was ik in de fase beland van snikkend exclameren dat die bevalling ondraaglijk ging worden.
Mijn vriendin zeulde me overeind en droeg me richting de douche. ‘Ga maar even met de warme straal op je buik’
‘Ja, dat wilde ik al doen, maar…’ dikke tranen, ‘ik kreeg m’n sokken niet uit.’ Ik had één sok half uitgekregen en vervolgens uitgeschopt met m’n andere voet om het verder op te geven.
‘Ik begreep al niet waarom je maar één sok aanhad’, zei ze terwijl ze me uit m’n kleren sjorde. Even later had ze me onder de douche gezet op een plastic thuiszorgkrukje (als je zwanger bent krijg je vette accessoires bij je klossen). Dus daar zat ik met m’n blote bowlingbal onder de warme straal.
‘Lekker?’
Ik knikte, ‘mag ik straks paracetamol?’
‘Had je dat nog niet genomen dan?’
‘Nee, ik was vergeten dat dat bestond.’ Nog een zwangerschaps- of vermoeidheidsding: ik ga hele rare zinnen zeggen. Laatst wilde ik een appelschilmesje en vroeg ik om een fijnsnijder. Of wilde ik vertellen dat ik mijn schoenen kwijt was met ‘heb jij m’n voet-in-dingen gezien?’
‘Ik haal wel een pijnstiller voor je, dan kan je zo misschien slapen’ zei ze.
Daar kwam weer een wee. Mijn vriendin hield wijselijk haar mond tot het voorbij was.
‘Ach schatje… Klote he?’
‘Uh-huh’
Maar je zegt het wel als…’
‘Als ik ga bevallen ben je de eerste die het hoort.’

Paracetamol en m’n bed in. En in m’n baarmoeder voelde het ondertussen alsof de tent werd verbouwd met een enthousiasme waar Home Makeover nog een puntje aan kan zuigen.
En nee, ook nu geldt: ik lig nog niet te baren.

 

Abonneer je op m’n blog, eindelijk leuke mail!


Wat doe ik hier?

Wat doe jij hier? Wat doe ik hier!
Bloggen, over zwangerschap en baby’s. Oh, en ik ben lesbisch dus als je denkt ‘waar is de vent in al dit geschrijf en wie is die vriendin die maar niet naar huis lijkt te gaan?’ Zo zit dat.   Zaadvragers begon als een blog over de zwangerschap van mijn vriendin. Ik door de stad met vers getapt sperma van onze spermadonor. En toen kwam onze eerste dochter. Toen moest ik, jawel (bevallen, doe het niet). En nu hebben we twee meiden. Dus genoeg te schrijven, en dus te lezen voor jou. xx!