Een tweede baby? (Mayday! Mayday!)

Blogs

Een maand of drie geleden begon mijn vriendin over een tweede kind. De eerste was nog geen drie maanden vers uit het geboortekanaal. De stukken placenta zaten nog tegen het plafond, maar daar was het. Onaangekondigd, tijdens het ontbijt op een zondag. We hadden het ook gewoon over het weer kunnen hebben, of Noord-Korea, of over het aflopen van het VHS-tijdperk. Over genocide voor mijn part, maar nee: het onderwerp werd baby nummer 2. ‘Want we zouden twee kinderen nemen, toch? En jij gaat de volgende doen, toch? …. Schatje, gaat het?’

Als idee heel mooi
Kwam dit als een verrassing? Nee. Voordat we überhaupt één kind de wereld in hadden geslingerd praatten we regelmatig over hoeveel kinderen we zouden nemen, zoals je praat over ‘waar zullen we eens naartoe gaan op vakantie’ of ‘als je kon kiezen, wat voor auto zou je dan kopen?’ Ik weet nog goed hoe die gesprekken gingen, je zou er sentimenteel van worden. Dan zei de één ‘hoeveel kinderen wil jij, idealiter?’ En dan zei de ander, ‘nou schat, twéé zou wel mooi zijn, jij?’, ‘ik ook!’ En dan was je het reuze met elkaar eens. Alle handjes op elkaar voor twee kiddos. Zij de eerste uitbroeden, ik de tweede. ‘Nog een wijntje?’ ‘Lekker.’ Ach, mooie oude tijd met uitslapen, spontane vakanties en borrels tot diep in de nacht. Bevallingen, dat was iets uit films en deed vast reuze pijn! ‘Spannend hoor’ zeiden we tegen elkaar als we het over onze plannen hadden, ja, ja. Nou, nog één wijntje dan.

Discobal en Pampers
En toen begonnen we aan Project Baby 1, en dat werd ranzig gedoe met zaad, een hele echte zwangerschap en een hele zware bevalling. De baby kwam, en na een paar maanden had ik eindelijk geleerd hoe ik die kinderwagen zonder schelden in de achterbak kreeg, en de baby in de maxi-cosi zonder haar te wurgen met het riempje. En ik begreep eindelijk dat je die Pampers met die blauwe streep niet moet vervangen als je een blauwe streep ziet, omdat je anders twintig luiers per dag om je kind aan het knopen bent. En ik kon zetpillen inbrengen en oortjes schoonmaken als een eindbaas, en ik had mijn dochter nog maar één keer laten vallen. Ze at (soort van), dronk, lachte iedere ochtend in haar bedje en likte aan ieder oppervlak in huis. Ze hield veel van samen douchen, niet van neus afvegen. Bellen blazen met spuug betekende ‘nee’, en handjes omhoog ‘ja’; gezicht afwenden ‘zak erin’. Ik monteerde een discobal met lichtjes boven haar verschoonkussen en ze vond het ’t tofste ter wereld, iedere keer weer. Ze ging mee naar vrienden, op vakantie naar Brabant, België en Londen. In het vliegtuig en de trein. Het ging, kortom, prima.
Maar daar zaten dus we aan het ontbijt. En opeens ging het over De Tweede. Onze dochter had net geleerd dat ze haar stem ook kon gebruiken voor hoog gillen en dat was haar nieuwe favoriete geluid. Ze stak een korst brood in haar neus en had de tijd van haar leven.
‘Schat?’ vroeg mijn vriendin na een tijdje, ‘ik heb het idee dat je het er nu niet echt over wilt hebben, klopt dat?’
‘Mneuh…’ mompelde ik.
‘Gaat het? Je ziet een beetje witjes.’
‘WHIEEEEEEE’ gilde mijn dochter.
‘Uh-huh!’ en ik liep naar de gang om schoenen te gaan sorteren want dat moest.

Wat mot dat mot 
Dus het onderwerp ging de ijskast in, om te voorkomen dat ik met hartklachten in het ziekenhuis zou worden opgenomen. Maar daarmee was het onderwerp niet van tafel.
‘Schat…?’ Het was vanaf dat moment iedere paar dagen bingo. Tijdens het douchen, in bed, als ik een broodje stond te smeren. En ik zocht m’n sokkenla uit, ruimde het voorraadhok op, waste de gordijnen. Superschoon huis krijg je ervan. Zelfs de koelkast kreeg een sopje (van binnen he? Niet alleen van buiten)
‘Wil je liever geen tweede?’ vroeg ze uiteindelijk.
‘Jawel, maar nú?’ Het ging net allemaal zo goed. En ik had de bevalling gezien, alles. Je kijkt wat anders naar wat mensen een ‘wonder’ noemen als je weet dat jij de volgende bent. Dan is het gewoon een redelijk naar traject met als kersje op de taart een opengereten onderkantje en zes weken herstel.
Ze was even stil, en zei ‘anders doe ik het?’
‘Nee, das niet eerlijk’ zei ik. Want das niet eerlijk.
‘Nou, dan moet jij het doen’, zei m’n vriendin opgewekt. En licht sadistisch.
‘Ja, ja, ja.’ Ik ging theedoeken vouwen. Hard nodig.
‘Heb je er al zin in?’ Ze klonk iets te triomfantelijk.
‘Nee!’
‘Misschien vind je het wel hartstikke leuk, schat’
‘Vast niet.’
Ik kreeg een veel te vrolijke zoen op m’n wang. ‘Oh wat spánnend liefie! Jij zwanger!’

Help.

 

Zaadvragers.nl is een blog van mij. Samen met mijn vriendin heb ik (nu nog) één baby en ik schrijf daar over. Wil je een seintje als er een nieuwe blog online staat? Abonneer je hieronder. Of deel ‘m op social media, als je ‘m leuk vindt.


Wat doe ik hier?

Wat doe jij hier? Wat doe ik hier!
Bloggen, over zwangerschap en baby’s. Oh, en ik ben lesbisch dus als je denkt ‘waar is de vent in al dit geschrijf en wie is die vriendin die maar niet naar huis lijkt te gaan?’ Zo zit dat.   Zaadvragers begon als een blog over de zwangerschap van mijn vriendin. Ik door de stad met vers getapt sperma van onze spermadonor. En toen kwam onze eerste dochter. Toen moest ik, jawel (bevallen, doe het niet). En nu hebben we twee meiden. Dus genoeg te schrijven, en dus te lezen voor jou. xx!