Er is een term voor de moeder die het kind niet, of nog niet, gaat dragen. Voor mij dus. En dat is: de méémoeder. Ik ga er één keer wat over zeggen en dan houd ik er over op.
Tenminste, voorlopig.
‘Dus u bent de méémoeder?’
Dat wordt er dan aan me gevraagd. Tuurlijk, het is de juridische term, de beleidsstukken-bureaucratische-term, en ik ben ambtenaar geweest dus ik begrijp de functie van zoiets. Maar! ‘Meemoeder’, gadverdamme. Zo van ‘leuk, u doet óók mee’. Alsof er een open inschrijving was, want hé, leuk als iemand meedoet. Want moeder zijn, dat is een hoop werk, dus hartstikke fijn dat ik dan ook méé doe. Handig, kan ik ook af en toe een doekje vasthouden. Doet u gezellig mee?
Man, wat erg. Nee, ik ben nog niet klaar!
‘Meemoeder’. Is dit wat ouders met een geadopteerd kind voelen als iemand zegt ‘oh dus jullie zijn de voogden?’ Of wat de dochter, die voor haar zieke moeder zorgt, voelt als ze ‘de mantelzorger’ wordt genoemd? Wat vaders voelen wanneer, iedere keer als zij met hun kind zijn, er ongevraagd wordt gejubeld dat het zo goed is dat ze aan ‘papa-dag’ doen? Dat vind ik ook zoiets: papa-dag. Het ìs de vader, het is zijn papa-léven, er bestaat geen papa-dag. Vaderdag, dat bestaat, dan krijg je een lelijk afdruk van je kinds hand in een stuk gips. En dat vind je dan heel mooi, want je bent papa.
‘Meemoeder’. Nog even hoor: wat een rotwoord. Ik zie het al voor me, over een paar jaar, ‘dus u bent de moeder?’ ‘Oh nee, dat heeft u verkeerd begrepen, ik ben de méémoeder!’ Handig voor het kind ook, kan het me mooi ‘mee-mama’ noemen. Dan is daar geen verwarring over. Neem ik af en toe voor de lol een mama-dag. En dan post ik facebook-berichtjes met ‘fijn naar de speeltuin! #mamadag’ Terwijl iedereen weet dat hashtags totaal zinloos zijn op Facebook. Maar dat is wat anders.






