Blinde paniek en beukennootjes – Blog #06

Blogs

‘Nou, dat was goed nieuws hè?’ De arts die ons net uit de wachtkamer heeft gehaald, houdt de deur van haar spreekkamer voor ons open. Ik heb geen idee waar ze het over heeft. We zijn hier voor een informatie-gesprek. Ik heb het druk gehad en weet eigenlijk niet meer zo goed wat voor informatie we gaan krijgen. M’n vriendin opende steeds de post van de kliniek de afgelopen tijd en daarom was ik verbaasd toen vanmorgen de wekker ging en ze mij fijntjes aan de planning van die dag herinnerde, Toen zei ik: ‘oh, ja, fuck!’ En nu ben ik hier. 

Duim omhoog voor sperma
‘Eh, wat was precies goed nieuws?’, vraag ik, terwijl ik met mijn vriendin naar binnen loop. De arts kijkt ons allebei verwachtingsvol aan: ‘Jullie hadden goed nieuws over het semen, begreep ik?’ Ik kijk naar mijn vriendin, maar zij kijkt al naar mij. Ik graaf in mijn geheugen: Semen-semen-oké-semen-sperma … zaad, zaad van de donor …
‘Ah!’, ik snap waar ze op doelt: ‘Ja, sperma was oké!’ Ik steek m’n duim omhoog. Geen idee of dat het universele teken is voor goed zaad, maar ze begrijpt het in ieder geval. Ik wil eigenlijk ‘ja tuurlijk’ zeggen maar dat valt niet goed in een fertiliteitskliniek, dat snap ik ook wel.

Zwarte vlek
‘Nou,’ gaat de arts verder, ‘dan kunnen jullie starten met de inseminatie!’ Ik knik gewoon door, maar het bloed trekt spontaan uit m’n gezicht weg. M’n vriendin ziet hoe mijn gezicht van beleefd glimlachen in een grimas trekt, die verraadt dat ik heel nerveus word. Ze pakt m’n hand vast, om me te steunen, of om te zorgen dat ik niet onder het bureau verdwijn. Geen idee.
‘Ja, prima’, piep ik, ‘spannend hoor!’ M’n vriendin knijpt iets harder in m’n hand.
Ik voel dat m’n hoofd nog steeds op en neer gaat; volgens mij heb ik minutenlang geknikt.
‘Dus…’, zeg ik, want ik moet toch wat zeggen.

We krijgen een mapje, een verhaal over hoe zo’n inseminatie gaat. Gok ik. Ik weet het niet, ik heb een black-out gekregen op dat moment. Ik heb driftig aantekeningen gemaakt in een onleesbaar handschrift. Vijftien minuten later staan we weer buiten.

Beukennootjes en bessen
‘Zo, dat ging best goed toch?’ We zitten in de auto terug en ik zit me nog steeds heel sterk te houden, onder andere met opmerkingen als ‘zo, dat ging best goed toch?’, terwijl ik eigenlijk wil gillen en zachtjes huilen tegelijk.
‘Vind je het nu weer extra eng?’, vraagt m’n vriendin.
‘Ja nou, ja gut, best wel, toch?’, lach ik. Ik heb visuals van mezelf, uit de auto rennend, de bossen in, en dan leven op bessen en beukennootjes. Verder gaat het prima. ‘Nou,’ zeg ik een octaaf hoger dan ik normaal praat, ‘wel fijn he? Dat het semen goed is. Ligt het daar in ieder geval niet aan.’
Zei ik nou ‘semen’?

‘Ah joh!’ zegt ze vrolijk, ‘je moet maar zo denken: als het bij mij niet lukt, doen we jou gewoon!’

Wat doe ik hier?

Wat doe jij hier? Wat doe ik hier!
Bloggen, over zwangerschap en baby’s. Oh, en ik ben lesbisch dus als je denkt ‘waar is de vent in al dit geschrijf en wie is die vriendin die maar niet naar huis lijkt te gaan?’ Zo zit dat.   Zaadvragers begon als een blog over de zwangerschap van mijn vriendin. Ik door de stad met vers getapt sperma van onze spermadonor. En toen kwam onze eerste dochter. Toen moest ik, jawel (bevallen, doe het niet). En nu hebben we twee meiden. Dus genoeg te schrijven, en dus te lezen voor jou. xx!