Fieldtrip!!! Inseminatie in de kliniek, deel 1

Blogs

De eerste inseminatie zit erop, vandaag nummer 2. ’s Ochtends vroeg twee uur lang in de auto, lekker in de file, naar de kliniek aan de andere kant van het land. Tuurlijk, het had ook in Amsterdam gekund, op vijftien minuten rijden, maar ‘bij die kliniek is de sfeer beter’. Ik hoor het mezelf nog zeggen. Dombo.

Ongelukje
Ja dit is inseminatie nummer twee in één ovulatie. Gisteren was het weer gierende banden door de stad met een potje sperma tussen m’n je-weet-wels. Ik wil niet opscheppen, maar ik ben binnen recordtijd van de spermadonor naar huis gereden. Twaalf minuten. Schumacher Junior zou het me niet nadoen. Ik rock de tent met dit thuis insemineren. Tuurlijk, wel tachtig binnen de bebouwde kom, maar tellen tunnels mee? Ik dacht het niet. Niemand is gewond geraakt en oh, wat was mijn vriendin trots. ‘Nu al?’ vroeg ze toen ik binnen kwam lopen. Ik heb haar alleen nog niet verteld dat ik een klein beetje te hard over een verkeersdrempel ben gereden en dat de auto toen een geluid maakte waar ik een beetje van schrok. Metaal scheurend op beton, zeg maar. Nou goed, hij deed het daarna nog steeds. Details.

Uitbesteden
Kortom, ik ben goed bezig. Wat mij betreft hadden we alles thuis geregeld, alle drie de inseminaties. De kliniek is ver, duur en het belangrijkste tegenargument: de inseminaties worden ’s ochtends gedaan waardoor ik opeens op een Christelijke tijd op moet. Daarvoor ben ik niet gestopt met mijn kantoorbaan! Maar goed, mijn vriendin wil graag en wie baart, bepaalt. Ze heeft het idee dat het toch verschil maakt of je zelf thuis zit te knutselen, of het door een professional laat doen. Prima, ik voel me niet beledigd, maar het is wel een roteind rijden. Het is acht uur ’s ochtends als ik met mijn ochtendhoofd de koude Polo in stap. ‘Als jij maar rijdt’, had ik nog afgedwongen. Nou, daar gaan we. ‘Gaat het een beetje, schatje?’ vraagt ze. ‘Mmm’, mompel ik.

Fluisteren om niks
In de kliniek melden we ons bij de altijd vrolijke baliemedewerkster. ‘Ga maar even zitten, je wordt zo opgehaald’, zegt ze tegen mijn vriendin. Het is redelijk standaard dat je als ‘partner van’ een beetje wordt genegeerd. Samen slenteren we naar de ons inmiddels welbekende wachtruimte. Het is druk vanmorgen: een ander lesbo-stel en een man en vrouw. Ze kijken gespannen. Iedereen is stil en praat niet of zachtjes. Mijn vriendin gaat ervan fluisteren.
‘Je hoeft niet te fluisteren’, fluister ik.
Ik blader in drie tijdschriften zonder iets te lezen. Privé, Auto-nogwat en iets over tuinieren. Verschrikkelijk. Dit is wat je krijgt als je je Iphone niet op tijd oplaadt.
Als we eenmaal worden geroepen staat er een ons onbekende verpleegkundige ons op te wachten. Mijn vriendin krijgt als vanzelfsprekend een hand; ik moet de hand daarentegen een beetje afdwingen.
Ik vind dit nu al een vervelend mens. Nou, daar gaan we.

Lees hoe het verder gaat met de inseminatie.

Wat doe ik hier?

Wat doe jij hier? Wat doe ik hier!
Bloggen, over zwangerschap en baby’s. Oh, en ik ben lesbisch dus als je denkt ‘waar is de vent in al dit geschrijf en wie is die vriendin die maar niet naar huis lijkt te gaan?’ Zo zit dat.   Zaadvragers begon als een blog over de zwangerschap van mijn vriendin. Ik door de stad met vers getapt sperma van onze spermadonor. En toen kwam onze eerste dochter. Toen moest ik, jawel (bevallen, doe het niet). En nu hebben we twee meiden. Dus genoeg te schrijven, en dus te lezen voor jou. xx!