Baby’s zijn supersmerig: zetpillen en ziekenhuizen

Blogs

In de laatste drie maanden is mijn dochter vijf keer ziek geweest door haar niet-functionerende immuunsysteem en haar ranzige gewoonte om aan andere kinderen te likken op het kinderdagverblijf. Er zijn twee ervaringen die je nooit vergeet als je een baby hebt gehad die vaak ziek is geweest (en welke baby is dat niet). A: de eerste keer naar de Eerste Hulp om elf uur ’s nachts. B: de eerste keer dat je eigenhandig een zetpil tussen je baby’s kleine billetjes moet stoppen.

Het slechte nieuws
Laten we beginnen bij die laatste. Met vijf keer griep op de teller is mijn dochters rectum grootgebruiker van zetpillen. Als we er zegeltjes bij kregen had ze zeker haar eerste pannenset bij elkaar gespaard. De eerste keer dat ze ziek was en de huisarts me monter vertelde wat me te gebeuren stond, moest ik even slikken.
‘Ze zijn wel speciaal voor baby’s hoop ik?’ Wist ik veel.
‘De dosering is lager, ja’
‘Ik bedoel of ze kleiner zijn.’
Ik zag al voor me hoe ik aan de ambulancebroeders moest uitleggen hoe ik haar darmen had geperforeerd.
‘Muuuh’ huilde mijn dochter stilletjes, en terecht.
‘Succes!’ zei de dokter, de baby kreeg een aai over haar bol en bij de Kruidvat haalde ik met gezonde tegenzin een doosje toch-nog-best-grote zetpillen voor baby’s. ‘Sorry!’ piepte ik toen ik het ding in mijn dochter duwde, die overigens niet echt onder de indruk was en haar teen in haar mond stopte.

Dikke koorts
De derde griep was het grote feest. Na drie dagen was de kleine wurm niet alleen aan de rees, maar braakte ze praktisch alles uit wat er inging. Als een ziek vogeltje hing ze in haar wippertje zich compleet ellendig te voelen. Als we haar een scheermesje hadden gegeven had ze haar polsjes doorgesneden. We probeerden alles: propten haar tot haar middenrif vol met zetpillen, gaven haar kleine slokjes melk, onder de douche sabbelde ze de druppels van haar handjes, maar het kwam er allemaal weer uit. Arm ding. Donderdagnacht schoot de koorts naar 39,8 en we besloten naar de Eerste Hulp te gaan. Daar zaten we tussen een student met een bloedneus en een bejaarde met een lelijk opgezwollen oog.
‘Zouden ze met elkaar hebben gevochten?’ vroeg ik aan m’n vriendin.
‘Sssh…’ zei ze.
‘U kunt doorlopen’ zei de vrouw achter de balie.

Inchecken in het ziekenhuis
Daar zaten we op een stretcher in de backstage van de Eerste Hulp. In de kinderkamer, met rechts van ons twee panische jonge ouders die onderling ruzie maakten of de baby bij de laatste meting nou 38,5 of 38,6 had.
Onze dochter lag volgens mij een partij te ijlen en staarde, autistisch wiegend, naar de vloer. ‘Thee?’ vroeg mijn vriendin. ‘Ja,’ verzuchte ik, ‘doe maar…’

Een schat van een verpleger prikte een gaatje in haar hiel (‘whaaaaaaah!’), en een co-assistent vroeg van alles, om vervolgens mee te delen dat we meteen konden blijven. Dat wil zeggen: één van ons kon blijven, met baby. ‘Er staat een slaapbank voor één ouder.’ Mijn vriendin en ik keken elkaar aan, want ja, wie zou blijven?
Oké. Klein stukje informatie: Ik zou willen dat ik het type moeder was dat zich op het ziekenhuisbed wierp, gillend ‘niet zonder mijn dochter!’ maar ik zat er goed doorheen na al die dagen thuis met ziek kind. Ik wilde in mijn eigen bed. Met een kruik en misschien zelfs wel een zak troost-chips. Mijn vriendin keek afwachtend naar mij, ‘jij wilt natuurlijk ook híer blijven…’ zei ze, mijn karakter compleet verkeerd inschattend.
‘Mjoh…’ zei ik, ‘als jij echt heel graag hier wilt blijven?’
Mijn vriendin keek naar het hoopje ellende op mijn schoot. ‘Als je het niet héél erg vindt?’
Ik schudde mijn hoofd, ‘neuh..’ mompelde ik. ‘HEL NEE!’ dacht ik.
‘Het is ook handiger met de borstvoeding’, zei ze, in een totaal onnodige poging mij te overtuigen.
‘Nee, is prima joh’, mompelde ik.
Voor de zekerheid informeerde ik bij de co-assistent wat de kans was dat mijn dochter dood zou gaan die nacht, maar die zei ‘oh nee joh, de afdeling lag tot twee weken geleden vól met dit soort gevallen. Wees blij dat er plek is.’
Dus daar ging ons propje haar ziekenhuisbedje in en na een heen-en-weertje met slaapspullen voor mijn vriendin en een zoen goedenacht was ik het vrije vrouwtje in een groot tweepersoonsbed.

Croissantjes en koorts
Vijf nachten lang lag mijn dochter aan de snoeren en met een sonde in haar neus in een kamer in het OLVG. Ik bracht ’s ochtends croissantjes en ’s middags nam ik de shift over terwijl mijn vriendin thuis bijsliep. En op dag drie ging ik zelf neer, met 39 graden koorts. ‘Ikvoelmeniezolekkerrr’ brabbelde ik door de telefoon.
‘Blijf maar even thuis’ zei m’n vriendin.
Want baby’s nemen alle ziektes mee naar huis. Dus mijn dochter is as we speak aan griep nummer 6, en ik heb een snothoofd en een rothumeur. Dus daar gaan we weer.

In de Kruidvat (voor nog een strip zetpillen) vraagt het meisje achter de balie, die met haar hoofd duidelijk ergens anders zit, of het een cadeautje is.
‘Eh, nee. Het is geen cadeau.’ En ik geef haar een chagrijnige blik die ik sinds ik moeder ben meesterlijk beheers.
Het Kruidvat-meisje herstelt zich ‘Sorry! Weet u hoe u dit medicijn moet gebruiken?’
‘Ja, in haar oor duwen’, zeg ik, gris het pakje van de toonbank en loop de winkel uit.

Zie je, er valt best wat te lachen.

 

Zaadvragers.nl is een blog van mij. Samen met mijn vriendin heb ik een baby en ik schrijf geregeld om stoom af te blazen. Wil je een seintje als er een nieuwe blog online staat? Abonneer je hieronder. Of deel ‘m op social media, als je ‘m leuk vindt.



Wat doe ik hier?

Wat doe jij hier? Wat doe ik hier!
Bloggen, over zwangerschap en baby’s. Oh, en ik ben lesbisch dus als je denkt ‘waar is de vent in al dit geschrijf en wie is die vriendin die maar niet naar huis lijkt te gaan?’ Zo zit dat.   Zaadvragers begon als een blog over de zwangerschap van mijn vriendin. Ik door de stad met vers getapt sperma van onze spermadonor. En toen kwam onze eerste dochter. Toen moest ik, jawel (bevallen, doe het niet). En nu hebben we twee meiden. Dus genoeg te schrijven, en dus te lezen voor jou. xx!