Op vliegreis met de baby. Ik weet ook niet wat het moment was waarop ik zei ‘oké, dat is een goed idee’, maar het is gebeurd. We hebben een last minute naar Londen geboekt, want ja, we hadden opeens de ‘nu kan het nog, want we hebben nog maar één kind’-kriebels. En toen is er besloten dat het op die vrijdag dan handig was dat ík vooruit zou reizen, mét baby. En toen hebben we blijkbaar tegen elkaar gezegd ‘nou, supergoed idee!’ en toen heeft iemand heeft op die ‘boek ticket’-knop gedrukt en het schijnt dat ik het was. Wat moet je weten? 1) ik heb vliegangst. 2) ik ben een bange schijterd met controledrang 3) ik ben alleen gaan vliegen met mijn baby. Alleen. Gaan vliegen. Met een baby.

Zijn we nog wel leuke vrienden?

Yes, do come!’ We kregen een enthousiaste mail terug van onze twee vrienden uit Londen waar we al een paar keer zijn gaan logeren de afgelopen (kinderloze) jaren. Het zijn veruit onze hipste vrienden, sorry voor alle mensen die nu achter hun PC zitten en dachten op die plek te staan. Helaas, hier kun je niet tegenop: Homostel, ze wonen in een leuke kunstenaarswijk en ze hebben een tweede slaapkamer, want tja, ‘always room for friends’. Als we er zijn kunnen we compleet onze vakantiegang gaan en ’s avonds praten we over kunst en politiek en drinken gin-tonics. Ik zeg niks meer. Dit zijn keepers. Maar nu hadden wij een baby en eh, ja… En ik moest natuurlijk alcoholvrij met m’n zwangere pens. Dus een lesbo-stel met baby en ‘nee, doe mij maar thee’. Zitten onze hippe homovrienden met een leven daar wel op te wachten? Blijkbaar…

Baby-ontkenning

‘Ze begrijpen toch wel dat ze meegaat, toch?’ vroeg ik mijn vriendin na het enthousiaste mailtje dat we super welkom zijn. Ik keek naar mijn lieve, kwijlende dochter, die vanmorgen nog opper vrolijk haar opgeboerde melk van de tafel zat te likken. Schattig, maar niet per se handig voor je interieur. ‘Ze weten toch wel dat we een baby hebben?’
‘Ja schat. Ze weten het. Ze hebben ons een rompertje gestuurd toen ze geboren was, weet je nog?’
‘Oh ja?’
‘Ja schat.’
‘Oh ja!’ Nu wist ik het weer, die met die streepjes. ‘Maar misschien gaan ze er vanuit dat ze niet meegaat. Misschien hópen ze dat.’ Mijn dochter stak ondertussen een stuk komkommer in haar mond en voelde zich totaal niet aangesproken.
Mijn vriendin had genoeg van de discussie, pakte haar telefoon en haalde de mailwisseling erbij. Ze citeerde het bewijs: ‘will bring the baby.’ Verdomd, het stond er echt.
‘We gaan hoor!’ zei ze, ‘vrijdag heen, zondag terug.’

Vliegticket voor mij

Even later zaten we op vliegtickets.nl. Ik klikte op mooie een optie in de middag, maar werd meteen op m’n vingers getikt. ‘Ik moet overdag werken he?’ Bammer. Mijn vriendin had altijd van die eindeloos saaie verantwoordelijkheden. Ze pakte haar agenda. ‘Ik kan vrijdag rond zes uur het vliegtuig nemen. Op zijn vroegst.’
‘Even rekenen,’ zei ik, ‘dan zijn we rond half negen bij hen.’ We keken elkaar aan.
Half negen ’s avonds. Met baby. Als je zelf een baby hebt weet je: dit is een no-go. Om half negen ’s avonds een huis binnen komen, met een baby die al anderhalf uur de tent bij elkaar heeft gejammerd omdat het moe is en vervolgens niet in slaap wil vallen omdat het (baby’s….) moe is. Driewerf nee.
‘Nou, dan gaat het niet lukken’, concludeerde mijn vriendin met zo’n ‘het zij zo’-toontje, ‘tenzij…’
‘Jij spijbelt van werk!’ riep ik. Supergoed idee.
‘Nee.’ Tuurlijk, niet zomaar.
‘Wat als je zegt dat je ziek bent!’ Ik had zulke goede ideeën. Ook dat ging niet door.
Nou, en toen… Toen kwam mijn vriendin toch met zo’n goed plan – en zij zal zeggen dat ík ermee kwam, maar mooi niet. Ik zou dan vrijdagmiddag alvast vooruit reizen mét baby, om alvast te installeren. Bedje, baby, bam. En tegen de tijd dat zij uit de tube stapte lag de baby al lekker te slapen. Alles onder controle. Drankje met de boys. Everybody happy.

Fora-limbo

Goed, fast forward naar de donderdag voordat ik moest gaan vliegen. Ik had me al gerealiseerd dat die slaappillen die ik normaal naar binnen tik – heerlijk spul – geen optie waren. Ik had ook al bedacht dat ik die wettelijk gezien niet in de melk van mijn dochter mocht brokkelen. Niemand ging gedrogeerd worden, helaas. Lang verhaal kort: ik begaf me al dagen op fora over reizen met kinderen. Dit bleken vooral verkapte verwerkingsplekken te zijn voor getraumatiseerde ouders. ‘After crying for two hours she finally fell asleep in my arms.’ ‘I’m so sorry to hear that Becky, hope you had a nice holiday!!!!’ ‘No, but thanks!!!’
Ik maakte me dikke zorgen, tuurlijk was ik competenter dan die sneue types op internet, maar toch. Er zat maar één ding op: tot aan Doomsday mijn vriendin kapotzeuren over hoe zielig ik was.
‘Dit wordt een ramp’, zei ik aan het ontbijt. ‘Dit wordt verschrikkelijk’, zei ik bij het avondeten. ‘Ik overleef dit niet!’ jammerde ik in bed, ‘als ik neerstort zijn er in één keer drie mensen dood!’ Ja, dat was technisch zo.
‘Je gaat naar Lónden he schat? Niet naar Mars’, suste ze me, overtuigd van mijn skills als coördinator van dit soort projecten. Maar in mijn hoofd had die vliegreis van een uurtje monsterlijke proporties aangenomen. Ik zag mezelf opgepropt in dat budgettoestel, tussen een veel te dikke Engelsman met drankproblemen en iemand met van die ellenbogen die steeds in je zij gaan. En mijn dochter hysterisch gillend op schoot. Bagage kwijt en luiers vergeten. Overal uitgekotste melk. En dan neerstorten, uiteraard, zul je net zien.
‘Kijk nou maar hoe het gaat’, zei mijn vriendin, ‘dit soort dingen, ben jij heel goed in.’
‘Jij hebt makkelijk praten!’ tierde ik, en begon opnieuw met oreren over waarom ik de zieligste van de straat was. Wat zeg ik? Van de wereld. ‘Schat…?’ Ze sliep al.

En nog een tegenvaller

Op D-Day keek ik op Schiphol.nl en daar stond het bericht ‘in verband met de grote drukte adviseren wij u drie uur voor vertrek op de luchthaven aanwezig te zijn.’ NEEEE!
Lekker dit: ik ging niet alleen dood, ik moest ook nog drie uur van tevoren aanwezig zijn. Ik belde Schiphol met de vraag of dat niet allang was opgelost, die drukte, het was toch geen schoolvakantie meer? Een veel te montere jongen liet me weten dat het écht beter was om op tijd te komen.
‘Maar ik heb een baby!’ riep ik. Inmiddels vind ik dat een argument tegen alles.
‘Oh, dan is het zéker aan te raden mevrouw!’ zie hij vrolijk.
Eikel. Lul. Als z’n moeder dit zou horen!
‘Schaaaaat!’ riep ik naar mijn vriendin die stond te douchen voor ze naar werk zou gaan, ‘ik ga dit niet doen hoor!’

 

Wordt vervolgd, in deze blog over de reis.