Je kan mensen verdelen in twee kampen: weken-tellers en verwarde niet-weken-tellers. De periode dat een vrouw zwanger is, wordt geteld in weken. Superhandig, als je houdt van onzinnig cijfers onthouden. Weken tellen als norm is de schuld van de echoscopist, de verloskundige en de huisarts. Het is de officiële zwangerschaps-taal, die door zwangeren zelf stug wordt volgehouden. Net als ‘harde buik’, ‘bandenpijn’ en ‘zit daar tonijn in?’

Mooi niet
Ik dacht dat ik ook een weken-teller zou worden. Iedere moeder die ik ken, is er één en zelfs enkele to-be vaders citeren met gemak de wekenplanning van hun zwangere vriendin. Het is jargon; daar raak je aan gewend en dan ga je het zelf implementeren, was mijn filosofie. Net zoals het op mijn werk ging. Per slot van rekening wist ik na drie maanden kantoorwerk ook wat een pantry was en kon ik met twee vingers in mijn neus de BHV’er aanwijzen op de afdeling terwijl ik een Stava’tje tikte op mijn flexplek. Mijn verwachting was dat ook ik het wekentellen als van nature zou oppikken. Niet dus.

Ze willen het
Dus daar zat ik tegenover een vriendin in een koffiebarretje met echt té veel hipsterdetails (bosje zelf-knip-kruiden in een theepotje, kom op nou). Ze hapte van haar meergranen desembroodje landhoen-kip met kruiden-uit-eigen-tuin en zelfgeklutste kwartelei-mayonaise. Goede koffie, dat wel.
‘Hoe ver zijn jullie nou?’ vroeg ze.
Ik dacht dat ze het over ons weekendje weg had.
‘Vanavond nog even snel inpakken, maar dat stelt niet veel voor’, antwoordde ik.
‘Met de baby.’
‘Oh.’
Ik zag het in haar ogen. Ze wilde weken. En het liefst met dagen erbij. En minuten.
‘Best ver’, zei ik. Nam ze geen genoegen mee. Dat snapte ik ook wel. Als je ergens naartoe moet rijden en je gebruikt googlemaps, dan wil je het aantal kilometers; niet ‘best ver’ op je scherm.
‘Hoe ver precies?’ vroeg ze.
‘ … Wel over de helft, ofzo’, gokte ik. Ik wist de einddatum en ja, het klopte wel zo’n beetje. Rekenen is nooit echt mijn ding geweest, moet ik zeggen. Ik was die leerling die breuken uitgelegd moest krijgen met legoblokjes, ja, in groep 8 nog. Traumatisch. Montessori onderwijs, he? Krijg je dat. Maar goed, op weg naar huis dacht ik er nog even over na. Rekenen in weken, wat een irritant gebeuren eigenlijk. Ik kan dat helemaal niet aan, emotioneel.

Dan maar zo
‘Het is ook onzin’. Een vriend van me, en vader-in-de-maak, gaf me groot gelijk, ‘wie houdt er nou weken bij, belachelijk.’ We filosofeerden nog even door over de vraag hoe je hiermee om moest gaan. En we zijn er uit. Liegen, gewoon keihard liegen.
‘Ik heb wekenlang geroepen dat ze 25 weken zwanger was, niemand had het door’, vertelde hij trots. Liegen, dat klonk goed.
De volgende dag kon ik meteen aan de bak. ‘Hoe ver is je vriendin nou?’ vroeg een collega op werk.
’25 weken!’ flapte ik eruit. Zo, die zat. Ze keek me aan met dezelfde wazigheid die ik over me heen voelde komen als ík probeerde uit te rekenen hoeveel en wat.
‘Ah…,’ zei ze, ‘das…’
‘Best ver!’ zei ik.
‘Ja!’ zei ze. Ze had geen flauw idee.
En toen was het gesprek klaar. Weken tellen, adieu!

 

Meer lezen? Terug naar de blogs.