Mijn vriendin en ik lopen achter de verpleegkundige aan die straks mijn vriendin gaat insemineren. Dat wil zeggen: tot de poort, want ik heb al bedacht dat ík het spul naar binnen ga spuiten. Dat is mijn taak, ja toch? We lopen door een lange gang. Aan de muren hangen reprints van schilderijen met niet-aanstootgevende thema’s als boombladeren en koeien. Nou, daar gaan we.

Aanhangselgevoelens
Eerst worden we geacht het standaard babbeltje aan te horen over hoe en wat er gaat gebeuren. Beetje overbodig wat mij betreft, er zijn niet heel veel verschillende manieren waarop we de komende vijftien minuten gaan spenderen. ‘We kunnen het in haar gezicht spuiten, of tussen haar borsten…’ Nee, gaat niet gebeuren. Schiet nou maar op.
En ja, ik heb ochtendhumeur.
Zeker als ik merk dat de verpleegkundige ook haar ochtend niet heeft. Ze richt zich voornamelijk tot mijn vriendin. Ik zit er bij, maar ben overduidelijk aanhangsel in dit hele gebeuren. De verpleegkundige waarmee we de informatie-gesprekken hadden was véél leuker, waar is die gebleven? Of ik wel het daadwerkelijke insemineren mag doen? Ze sputtert tegen: ‘Ja, nou, het inbrengen van de spuit, het is niet de bedoeling’, (NEE DAT BEDOEL IK OOK NIET!) maar het inspuiten, ja dat mag. Mooi, want anders had ik m’n vriendin over m’n schouder gegooid en was weggelopen. Holbewoner stijl.
Ja, ochtendhumeur.

Elektrische stoel
Na de instructie loopt de verpleegkundige weg om het rietje, zoals ze dat noemen, met semen, zoals ze dat noemen, uit de ijskast te halen. Ik begin tegen mijn vriendin te klagen over de verpleegkundige en zij zegt ‘ja, de vorige was leuker’. Ik roep dat ik mooi wel ga spuiten, en zij zegt ‘ja tuurlijk’ en daarna is het stil. Ook hier hangt bijzonder lelijke kunst aan de muur. De verpleegkundige komt terug met het plastic flubbertje in haar hand. Het loopje van de vrieskist naar hier is voldoende om het op te warmen.
Even later ligt mijn vriendin wijdbeens in dat gevaarte wat ze een gynaecologische stoel noemen. Voor de dames: deze heeft niet van die gruwelijk beugels, maar voetsteunen, be-ter!
Speculum erin, arme meid, en romantiek ten top: ik mag kijken hoe de witte jas met haar handschoentjes aan de slag gaat. Ik kijk over de schouder van de verpleegkundige mee. Gefascineerd kijk ik naar m’n vriendin haar binnenkant. Wordt het toch nog een leuk uitje. Mijn vriendin vindt het niet goed dat ik een foto van haar baarmoedermond maak.
Nadat de verpleegkundige mijn vriendin haar baarmoedermond lek geprikt heeft (‘uw baarmoeder ligt een beetje gedraaid’, ‘mag ik het eens proberen?’, ‘nee…’) mag ik het zaakje naar binnen insemineren.
De stoel wordt met een druk op de knop nog even achterover gekanteld ‘vijf minuten zo blijven liggen’ en de verpleegkundige vertrekt.
‘Nou, goed gedaan hoor schat’, zeg ik.
‘Jij ook hoor.’
Ik speel vijf minuutjes met de knoppen van de elektrische stoel terwijl mijn vriendin praat over welke boodschappen we nog moeten halen. Dan vraagt ze: ‘Morgen dan de laatste? Of vanavond?’
‘Vanavond.’
‘Pfff.’
‘Ja schat…’
Ik kantel de stoel nog wat verder. Alsof dat helpt.

Tagged as: