De bevalling, deel 4

Ik lag in het ziekenhuis en ze hadden een hoeveelheid wee-opwekkers en morfine in me geduwd alsof ik moest bevallen van een voetbalelftal. Heerlijk spul dat remi-nog-wat, ik wil het voor kerst. Niet dat je geen weeën meer voelt als je aan de morfine zit, maar och wat halen ze het scherpe randje er prachtig af. En jeetje, wat ben je daar aan toe na al die uren pijn. Ik was al sinds de middag vol aan de ontsluitingsweeën en het was inmiddels avond. Maar, met die oxytocine zou de ontsluiting toch vlot gaan? Die vagina zou toch minstens 20 centimeter oprekken en die baby zou toch praktisch naar buiten komen kruipen? Ja toch, lieve kijkbuiskinders? Nou, nee.

Spacen 

Een paar uur lang was het feest in de bevalkamer, waar ik high lag te wezen op remi en gruwelijke vermoeidheid. Ik zag de verloskundige en de verpleegkundige met elkaar knuffelen en loeide tijdens de weeën ‘waaaaaaaaaaaaah’, en riep daarna ‘allemaal meedoen! Allemaal!’ Achter me fluisterde een stem ‘psssst, hee! Wie is daar?’ Ik was zo stoned als een garnaal. Mijn vriendin aaide over mijn hand en kreeg steeds grotere wallen onder haar ogen. Die was ook al 40 uur wakker maar had geen drugs om te compenseren voor de ellende. De morfine werkte, in tegenstelling tot de wee-opwekker. Wat snel had moeten gebeuren, namelijk die lullige 3 centimeter extra ontsluiting (van 7 naar 10 centimeter, voldoende om te beginnen met die baby er uit persen) kwam veel te langzaam op gang.

Morfine-weemoed

Urenlang werd een steeds oplopende dosis wee-opwekker in m’n aderen gepompt. Pas rond half vier nachts kreeg ik te horen dat het dan eindelijk 10 centimeter was. Of ik nu dan echt mocht beginnen, want geloof het of niet: ik was moe, inmiddels. Correctie, ik zag dubbel. Ik had sinds de lunch niet meer gegeten en alles wat erin was gegaan aan slokken limonade en die paar partjes mandarijn die mijn vriendin er in had geprobeerd te stoppen, had ik uitgebraakt. Iedere slok water die ik nam kwam er vijf minuten later uit (‘Bakje! Nu!’). Het werd later, vermoeiender en de morfine begon uit te werken. Dus toen ik hoorde dat het dan eindelijk 10 centimeter was, kon je me eigenlijk al naar huis dragen. Of het echte bevalwerk dan in ieder geval mocht beginnen?
‘De baby ligt nog niet diep genoeg’, zei de verloskundige.
En dus mocht ik nog twee uur lang ouderwets wachten, met morfine die weinig meer deed. Of zoals mijn vriendin later zei ‘ik kon wel huilen op dat moment’.

Persweeën, of gebrek daaraan

Na twee uur mocht ik beginnen. Ze hebben het altijd over persweeën en hoe je dan enorme drang hebt om ook daadwerkelijk zo’n kind eruit te werken; ik had dat gevoel niet zo. Ik was moe. Echt moe. Maar geperst moest er worden.
Hoe zoiets gaat?
Bij een wee staat een verloskundige tegen je te roepen ‘Adem in, vasthouden, eeeeeen persen, persen, persen, nog even, eeeeen adem uit.’ En dat drie keer op een wee. Daarna zegt de verloskundige, die uiteraard continu haar vingers in je doos heeft zitten (die vrouw heeft langer met haar vingers in me gezeten dan mijn vriendin in heel 2017), dat je het héél goed doet, en dat het héél goed gaat. En zij kan het weten, want zij heeft continu haar vingertoppen op het hoofdje en bij je vleesring, sorry, baarmoedermond. Dus zij voelt dat koppie steeds verder naar beneden zakken. Ik had niet het idee dat het erg vorderde, want ik voelde waar dat hoofdje zat en in mijn beleving was ik hooguit millimeters verder gekomen. Maar dat zou wel aan mij liggen, dacht ik.

Superfantastischgeweldig

‘Je doet het écht fantastisch’ zei de verloskundige na drie kwartier, ‘maar…’ Niet de situatie waarin je een ‘maar’ wilt horen. ‘We moeten echt wel een tandje bijzetten,’ zei ze, ‘want het gaat toch niet zo vlot als ik graag zou zien.’ Op dat moment had ik willen roepen ‘JE ZEI DAT HET GEWELDIG GING, VUILE HUICHELAAR!’ maar ik piepte zachtjes ‘nee, echt?’ Iets zei me dat ik vriendelijk moest blijven tegen degene die haar vingers in m’n ingewanden had zitten. Dat voel je instinctief toch aan.
Nog drie kwartier perste ik me het apenzuur, en de verloskundige bleef zeggen dat ik het ge-wel-dig deed. Maar inmiddels wist ik twee dingen: A, die bult die ik voelde was inderdaad het hoofdje en dat was inderdaad geen centimeter opgeschoten, en B, de verloskundige was een liegbeest.

Nein!

Je mag maar twee uur persen, daarna moet het kind er echt wel een keertje uit zijn. Na anderhalf uur zei de verloskundige het magische woord: vacüumpomp.
En ik zei het magische woord: nee.

En dames: nee is nee, als het om je vagina gaat. Begin je te snappen waarom dit verhaal uit wel vijf delen bestaat? Kreeg ik mijn zin? Lees maar verder.

 

 

Abonneer je hier, dan krijg je leuke spam.



Geef een reactie

%d bloggers liken dit: