De bevalling, deel 3

‘Nou, zullen we eens gaan kijken hoe ver je ontsluiting is?’ Welkom bij het meest romantische deel van mijn bevalling: weeën opvangen en van de pijn niet meer weten waar je kop zit en je kont eindigt. Ik lag in m’n grote blauwe bevalbad in de woonkamer (jazeker, aanrader: die zware buik werd opeens de helft lichter).

Braak

Kleurrijk detail: ik had al drie keer overgegeven in het badwater. Mijn vriendin keek naar het ronddrijvende maagzuur. Aha: daar was dat schepnetje voor dat we erbij kregen.
‘Wil je dat ik het weg haal ofzo?’ vroeg ze.
‘Neelamaarzittenjoh’ blubberde ik.
Ik was op het niveau van pijn beland dat iemand over me heen had kunnen pissen en ik had gedacht ‘lekker warm’. Niets interesseerde me nog. Dus ook voor het meten van de ontsluiting, hoppa, daar gingen weer twee vingers m’n geboortegat in. ‘Nou,’ zei de verloskundige monter, ‘je zit rond de 7 centimeter. Dit gaat heel netjes.’ Ze checkte de hartslag van de baby, ook daar was niks aan het handje. Eindelijk iets waar ik goed in was: pijn lijden en een kind uitdrijven. En wat ging het allemaal voorspoedig. Wat was ik toch moederlijk en dat soort dingen.

Even verkassen

Zeven centimeter, dat betekende dat het ‘waar ga je bevallen?’-momentum was aangebroken. Want vanaf een centimeter of 8 gaan er wat zaken veranderen. Zo mag je dan vaak geen ruggenprik meer (hoe wreed) en eigenlijk moet je ook niet meer gaan veranderen van plek, bijvoorbeeld verkassen naar het ziekenhuis. Want je wilt niet dat halverwege de rit dat kind eruit komt zetten. Dus 7 centimeter is een prachtig moment om tussen de weeën door te bespreken: wat nu?
‘Ik… wil… naar het ziekenhuis’ zei ik hijgend tegen de verloskundige. Mijn vriendin hing over de badrand en realiseerde zich dat het idee van mooi thuis bevallen bij deze uit het raam was.
‘Ja, wil je echt…?’ probeerde ze nog.
‘Ik wil gewoon ergens waar ze drugs hebben en de baby continu monitoren en waar…’ Daar kwam weer een wee.

‘Gaat hartstikke goed’

‘Komt er weer een.. AAAAAH!’ Alsof je gepenetreerd wordt met grindtegel, ik zweer het je.
‘Je doet het hartstikke goed’, zei de verloskundige – zeggen ze de héle tijd, alles om je rustig te houden. Ieder weldenkend mens die dit voelt, en weet dat het nog uren kan duren, eist een complete narcose. Of euthanasie. Ja het ging goed: goed klote. ‘Das prachtig, maar ik wil toch echt naar het ziekenhuis denk ik, want ik trek dit geen uren meer.’
‘Het kan binnen een paar uur gedaan zijn he? Op dit tempo.’
Ik had de bevalling van mijn vriendin meegemaakt, en de aanloop daar naartoe. Niets zo onvoorspelbaar als die ontsluiting. Voor hetzelfde geld was ik nog tien uur bezig. En ik was tot dat punt succesvol geweest in het niet in paniek raken, maar het idee dat er bij een complicatie niet meteen een batterij artsen klaar zou staan vond ik niet bevorderlijk voor het bewaren van de rust.
‘Ik wil denk ik toch wel naar het ziekenhuis.’
De verloskundige knikte en ging het regelen.

Van de trap af

Een half uurtje later strompelde ik van de trap, m’n vriendin met de tas met ziekenhuisbagage achter me aan. Een wee in de deuropening (‘momentfffff’), halverwege de trap (‘hee buurman, ik heb weeën, sorrry even geen …. fffffwaaah’) en bij de auto (‘aaaaahgodver-godver’). . Leuk joh, drie-hoog wonen. De weg naar het ziekenhuis was een aaneenschakeling van weeën en auwauw-geschreeuw bij verkeersdrempels.
Bij de balie van de Eerste Hulp had de beveiliger geen diploma medicijnen nodig om snel te zien wat er aan de hand was (‘ik haal even een rolstoel mevrouw’). De grote man duwde me in hoog tempo door de hal (fffff-ffff), in de lift (‘aaaaaah‘), in de gang (‘shiiiiiiiit’) en nou, daar waren we. Ik hees mezelf op bed. Een verpleegkundige en verloskundige die het gingen overnemen kwamen handjes schudden. Hoe het ging?
‘Ik wil pijnbestrijding, nu het nog kan. Heel graag.’
En dan merk je dat je in het ziekenhuis ligt, oftewel, het afgifteloket van de farmaceutische industrie.

Drugs

In m’n ene ader ging oxytocine, in de andere remifentanil. Oxytocine, dat is een wee-opwekker om de boel daaronder flink aan het werk te zetten. Als je dacht dat het al goed los ging, dan wil je niet weten wat een doorlopend infuus met oxytocine met je binnenkant doet. Alsof je een op hol geslagen paard nog even een mep geeft met een gloeiende pook.
Daar wordt dus een paardenmiddel van een pijnstiller tegenover gezet: remifentanil. Remi-wat? Dat is morfine, lieve mensen. Ik kreeg een naald in m’n arm, zo’n rijdende kapstok met vocht en remi-dinges, en in m’n hand een knop waarmee ik het zelf iedere drie minuten kon toedienen.
Klein nadeel: Het spul zou maar een paar uur werken én tijdens de persweeën zou de pomp moeten sluiten (‘neeee!’). Ook mocht ik het bed niet meer uit en moest ik op m’n rug liggen, maar geloof me: als je dat spul in je bloedbaan hebt wil je niet veel anders. Bijwerkingen: overgeven (deed ik toch al) en oh ja, het is een tripmiddel.

Wat volgde was een paar uur onmogelijk stevige weeën, en ik lag compleet te spacen. God, wat heb ik een plezier gehad. En een pijn. Lees hier maar verder.

Hier vind je deel 1, deel 2 en deel 3.

Nog meer leuks in je inbox? Vul je emailadres in en je komt op m’n mailinglijst. Gezellig.



Geef een reactie

%d bloggers liken dit: