Ontsluiting, wat is dat?

Weet je eigenlijk wat ontsluiting is? Ik wist dat niet. Tenminste, niet echt. Het is zo’n term als ‘overhead’ of ‘Bitcoin’; ik gebruik het wel maar als iemand me naar de precieze betekenis zou vragen zou ik bijzonder dom overkomen (Bitcoin inmiddels gegoogled!)

Waterzakgat

Ontsluiting. Dat is de fase waarin de afsluiting van die waterzak waar de baby in ligt, oftewel, de baarmoeder, wijder wordt. De baarmoedermond is die afsluiting. Een soort vleesring -sorry, klinkt goor, maar dat is het- waar het koppie doorheen moet. Tijdens de zwangerschap netjes gesloten, en als het goed is gaat die onder invloed van allerlei hormonen oprekken, openstaan en verweken. Dat hoofdje ligt naar beneden (‘ingedaald’), kruin in de ring. Kun je je afvragen: ‘goh, is dat dan zo rekbaar ofzo, die baarmoedermond?’
Nee.
Die heeft maandenlang potdicht gezeten en die moet nu met grof geweld (lees: weeën) open.

Fase 1, voorwerk met ruimte voor Netflix

De eerste weeën (kunnen er een stuk of honderd zijn, vergis je niet) zorgen dat de baarmoedermond verweekt, en die dikke vleesring – ja nou dat ís het – dunner en soepeler wordt. Het voorwerk zodat de boel open kan gaan. Dat zijn weeën die iedere tien, zes, vijftien of twintig minuten komen. Gaat nergens over. Dit is de fase waarin je tussendoor denkt ‘ik heb eigenlijk wel trek in Thai’ of ‘nou, ik kijk anders nóg wel een aflevering Game of Thrones’. Het heet de eerste fase en het heeft met het bevallen zelf niet zoveel te maken: gewoon hele nare voorpret.

Fase 2, serieus pijn lijden

Daarna komt de ontsluitingsfase, maar daarvoor heb je meer serieuze weeën nodig. Dat betekent iedere drie tot vier minuten een wee van zeker een minuut lang. Dit is de fase waarin je dubbel ligt van de pijn, te gillen dat je nooit meer, nooit meer een kind wil. Tussen de weeën door, want tijdens de weeën kun je niet meer praten. Denk niet dat je met een uurtje klaar bent: deze fase duurt uren en uren. De gemiddelde ontsluiting is een centimeter per uur, bij volle weeën. Dit is de officiele ‘godskolere-kut’-fase, in niet-medische termen. Je moet richting de tien centimeter ontsluiting. Dan kan je pas gaan beginnen met daadwerkelijk bevallen, lees: persen.

Diep hoofd

De ontsluiting is één ding; het hoofd moet ook dieper in je bekken komen te liggen. Dit kan alleen maar bij goede ontsluiting (tenzij je een baby hebt met een hoofd van drie centimeter doorsnee, maar dan heb je andere problemen). Als het hoofd diep genoeg ligt krijg je de fase van persweeën. Dat is gewoonweg de enorme druk van dat babyhoofd tegen je binnenste, en vooral tegen je darmen. Die zitten ongelooflijk in de knel, inmiddels. Weeën komen nu in de fase dat ze samengaan met ‘persdrang’ (mooi woord voor het gevoel dat die baby er NU uit moet). Die persdrang zorgt ervoor dat je extra kracht kan geven op het moment dat ze je eigenlijk al in een lijkzak hadden kunnen ritsen.

Hoe meten ze ontsluiting

Ik vroeg me altijd af hoe ze dan de ontsluiting meten. Het antwoord daarop is zo achterlijk dat je het niet zou verzinnen: een verloskundige steekt haar vingers in je foef en voelt hoeveel centimeter van de kruin voelbaar is. En gokt dan de centimeters. Als je je nog geen koe voelde, dan wel op dat moment. Dus bij 4 centimeter is er een stukje babyhoofd met een diameter van vier centimeter te voelen. Geavanceerd he? Vroegah, voor de tijd van echo’s, was dit het moment dat de arts dacht ‘goh, wat een rare spleet in dat hoofdje’ om er achter te komen dat een baby met de bips naar beneden lag. De stuitligging, jawel. Tijd voor keizersnee.

En dan dit nog

Is de natuur niet prachtig? Is het niet mooi dat het allemaal zo werkt? Nee. Want bevallingen verlopen niet altijd volgens het boekje. Vroeger legden vrouwen nogal eens het loodje tijdens de bevalling, dat is waarom ze hun testament schreven als ze zwanger waren. Hier een paar leuke hobbels die je tegen kan komen tijdens de hele bevaltour.

Niet iedereen heeft persdrang. Dat is een probleem omdat je het dan ‘op eigen kracht’ moet zien te fixen. Vergelijk het met skiën: zonder persdrang een kind naar buiten duwen is als skiën, maar dan de heuvel op in plaats van af. Soms moeten daar uiteindelijk spullen als tangen en vacuümpompen aan te pas komen om zo’n baby naar buiten te trekken, want op eigen kracht lukt niet altijd (meer).

Als iemand zegt ‘die ontsluiting kwam maar niet op gang’, want dat kan ook, betekent het dat iemand urenlang extra, iedere paar minuten, een bak pijn heeft geleden waar een volwassen vent van om z’n moeder zou huilen. Zonder resultaat. Ken je van die dromen waarin je voor iets wegrent maar je komt niet vooruit? Dat gevoel.

De weeën horen op een gegeven moment netjes regelmatig te komen. Gaat niet altijd zo. Een ‘weeënstorm’ betekent dat de weeën heel snel achter elkaar komen. Minuutje rust tussendoor, dat werk. Als iemand vertelt ‘ik had een weeënstorm’, dan geef je de arme meid een schouderklopje, een kop koffie en zeg je ‘wat vreselijk voor je’. Geen andere reactie is passend.

De ruggenprik werkt niet bij iedereen hetzelfde. Soms zorgt het ervoor dat je geen persdrang meer voelt. Oplossing? De ruggenprik verwijderen zodat je de persdrang weer voelt. En de pijn. Bonus!

 

Hoe mijn bevalling was? Superleuk! Not. Maar wel vermakelijk, achteraf.

 

 

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: