• Home
  • blogs
  • En daarom moet je opstaan voor zwangeren
aambeien zwangerschap

En daarom moet je opstaan voor zwangeren

Een meisje met een Iphone met glitters erop geplakt riep een keer tegen de persoon aan de andere kant van de lijn: ‘ OH MY GOD! TMI! TMI!’ Ik voelde me heel oud en googlede het: ‘Too Much Information’, in de betekenis van ‘dat hoefde ik dus écht niet te weten’. Je weet wel, de collega die niet gewoon zegt ‘het was een leuk weekend’, maar ‘ik werd vanmorgen wakker met de smaak van sperma in m’n mond, zó smerig, ik proef het nog’. Dus. Bij deze alvast een waarschuwing: je wilt misschien wat anders lezen op je zondagmiddag, maar daar gaan we: groot TMI-alarm. Maar alles wat hier staat is oh zo waar. Dus je kunt niet stoppen met lezen nu. Dan onthoud je jezelf teveel moois.

Rammelend wrak

Oké, dit wist je al: er zijn een hoop bijwerkingen van zwanger zijn. Cocaïne heeft minder side effects. Een beetje zwangerschap maakt je tot een lekkende, uitdijende, snurkende, stinkende baggerput van een mens. Waarom? Omdat al je organen moeten wijken voor die waterzak van 10+ kilo die via je veel te krappe vagina geleegd moet gaan worden. Het is complete roofbouw. Je botten verweken, heupen schuiven uit elkaar, darmen komen in de knel en je maag sijpelt zuur in je slokdarm door de druk van onder, je longen worden omhoog gedrukt, je komt geen trap meer op zonder te klinken als een astmatische tiener. ‘Maar je haar wordt heel mooi glanzend!’ Nou, hang de slingers maar uit.

Pisvlekken en kapotte botten

En die bijwerkingen, die zijn weinig romantisch. Mijn vriendin bijvoorbeeld, liet de meest afschuwelijke scheten. Je kon de katten van de buren horen huilen van de putlucht. Een zwangere vriendin van mij lekt al pis vanaf maand zes. ‘Aw, kut joh’ zei ik. ‘jep,’ zei ze nuchter, ‘zolang ik niet lach, nies of ren blijft de schade beperkt’. Je kan het slechter treffen: een collega moest de laatste twee maanden horizontaal liggen: lopen ging niet meer door de verwekingen in de ‘SI-gewrichten’. Ik weet sinds de zwangerschap ook precies waar die zitten. Wat een rotgevoel. En je weet niet wat ‘vaginale afscheiding’ betekent tot je zwanger bent geweest. ‘Wow’ zei mijn vriendin, die de was deed. ‘Hou je mond, jij was net zo erg’ riep ik vanaf het toilet (compleet geconstipeerd uiteraard, want dat krijg je er ook gratis bij). En nu had ik er afgelopen week toch een mooie zwangerschapskwaal bij.

Flosdraad in je naad

Ik weet nog dat ik op een ochtend dacht ‘jeetje, wat zit die string diep in m’n naad te snijden’ (TMI? Het wordt nog veel erger) en toen moest ik na wat voelwerk constateren dat ik er een uitstulping bij had die er eerder toch nooit had gezeten. Ik heb een vriend die zich regelmatig beklaagt over aambeien, en ik ben niet helemaal simpel: de link was redelijk snel gelegd. Ik hoefde me niet exotisch te voelen met m’n nieuwe aandoening:
‘Veel vrouwen krijgen tijdens de zwangerschap last van aambeien’ schrijft A. Vogel op de website. Dit uiteraard gevolgd door de opmerking dat je het snel kan verhelpen ‘zodat je weer volop van je zwangerschap kan genieten!’ – Ja joh, aambeien, dat was het enige wat stond tussen mij en het grote genieten. Anyway: 70% van de zwangeren krijgt er last van. Daar zouden ze tieners mee om de oren moeten slaan: anticonceptie voorkomt aambeien.

Aambeien heb je sámen

Het lastige aan een aambei is dat je zelf niet kan zien hoe erg het is. Iets zei me dat ik ‘aambei’ in ieder geval niet moest googelen op afbeeldingen. Wijs he? Dus je voelt wat, en dan vorm je zelf een beeld. In mijn geval dacht ik een gezwel van minstens vijf centimeter doorsnee te voelen, dat op knappen stond als een bloeddoorlopen ballon. Maar ik dacht ook ‘ik zal het wel erger voorstellen dan het is’, want dat vertel je jezelf als je anus uit je lijf komt zetten.
Die middag klonk het dan ook ‘Schahaaat?’ Ja mensen: voor dit soort zaken heb je dus een relatie. We zijn al elf jaar samen en ik heb haar na haar bevalling moeten vertellen of de hechtingen nog ontstoken waren; het antwoord was ‘ja, ieuw!’, kortom, we kunnen dit hebben.
‘Wat is er?’
‘Ik denk dat ik een aambei heb.’
‘…’
‘Jij moet even kijken. Sorry.’
‘Ik maak eerst even de thee af, oké?’

De maat doet ertoe

Mijn vriendin (haar taak was dus om me gerust te stellen, moge dat duidelijk zijn) inspecteerde de schade. Ik verwachtte een ‘oh joh, dat valt reuze mee!’ of ‘nou, ja, het is wellicht een aambei maar je ziet het bijna niet hoor!’
In plaats daarvan fronsde ze, vroeg of ik er licht-technisch nog iets beter voor kon gaan liggen en maakte toen de gouden opmerking: ‘Ik zie je anus niet meer…’
Fuck. dit.
‘Hoe bedoel je?! Hoezo “waar zit je anus”?’’ riep ik boos terug. Of nou, boos; ik had paniek want ik zag inmiddels een bult van twintig centimeter voor me. Operaties, bloed tegen de muur, dat soort zaken. ‘Hoe gróót is ‘ie wel niet?’ vroeg ik met overslaande stem.
‘Tsja… gewoon’ zei ze.
Hoezo ‘gewoon’? ‘In centimeters!’
Ze bestudeerde het ding. ‘Een halve centimeter? Hooguit.’
Oké, dat viel mee. Ik ging nog niet dood aan een vleesetende aambei. ‘Hoe ziet het er uit?’
‘Gewoon, een soort flubbertje.’
‘Niet groot en bloeddoorlopen?’
‘Neuh, gewoon, stukje extra-huid-achtig. Niet heel alarmerend.’
‘ZEG DAT DAN!’

Een tube zalf en een ‘ach vervelend, ja dat kan’ van de verloskundige later ben ik weer het vrouwtje. Zwanger zijn, mensen, het is zo mooi. Maar daarom moet je dus in de tram en de bus gaan staan voor zwangere vrouwen. Dat was m’n punt, eigenlijk.

 

 



Geef een reactie

%d bloggers liken dit: