Een dag te laat

Nee, de laatste inseminatie was dus niet gelukt. We lopen we door een museum met onze vriend de spermadonor. We hebben hem al laten weten dat het niet gelukt is deze keer, gezegd dat het allemaal aan zijn zaad ligt en geconcludeerd dat we dan maar vanavond bier moesten gaan drinken. Het is reuze gezellig, maar in m’n achterhoofd speelt nog wat anders: M’n vriendin is een dag overtijd.

Bloedspetters tellen
Dat is iets waar je in het hele circus met eisprongen, dagen bijhouden en uitrekenen ook heel handig in wordt: precies weten wanneer je vriendin ongesteld moet worden. De hele inseminatie wordt gepland met de precisie van een maanlanding; de volledige cyclus wordt genoteerd als een beurskoers waar je op het goede moment moet instappen. Toen een kennis me in de kroeg welbedoeld adviseerde ‘ach, je moet het ook niet heel precies gaan bijhouden hoor, dan word je gek’, heb ik hem hard uitgelachen. En die vriendin die bezorgd vroeg of we wel noteerden wanneer mijn vriendin menstrueerde, kreeg dezelfde behandeling. Ik kon het even niet hebben. ‘Nee,’ zei ik, ‘dat noteren we niet. Dat onthouden we aan de bloedspetters tegen de muren, nou goed?’ We noteren die hele k-cyclus al tien maanden lang. Voordat we begonnen met insemineren tekenden we al tabellen in een oud rekenschriftje. Als een inseminatie 150 euro kost bij de kliniek, dan ga je niet op de gok. Money, mensen! 150 euro! Daar kan je voor uit eten! En goed ook. En thuis insemineren is gratis, maar denk je dat ik voor de lol sperma ga halen en in mijn vriendin spuit? Ik ga ook liever naar de film op m’n vrije avond. En zij ook.

Pindakaaspotten
Overtijd. Dus het was de dag na de dag dat er toch iets had moeten gaan gebeuren, ongesteld-technisch gezien. Mijn vriendin had een zeurend gevoel in haar buik en hoewel ze een uurtje of twaalf achter lag op schema was ze niet echt gealarmeerd. ‘Ik vóel gewoon dat ik ongesteld moet worden’, fluisterde ze in de gang van het museum toen onze donorvriend even naar het toilet was. ‘Maar je bent wél overtijd’, fluisterde ik terug. Ze trok haar schouders op, ‘ja, nou ja, misschien hebben we verkeerd gerekend.’ Ja dag.
Samen rekenden we met de iPhone kalender erbij nog een paar keer, nee hoor: ze was één tot twee dagen overtijd.
Ik stopte mijn telefoon weer weg: ‘Vanavond gaan we nog een keer testen.’
‘De zwangerschapstests zijn op’, zei m’n vriendin. Sinds wanneer was zij zo thuis in wat er wel en niet op voorraad is? ‘Hoe weet je dat? Als de pindakaas op is weet je het nooit!’
‘Wat heeft dat er mee te maken?’
‘Waarom moet ìk altijd boodschappenlijstjes maken?’ Als er hier iemand ongesteld moest worden was ik het, mensen.

Zaad-bashen
Natuurlijk kan ik mijn mond niet houden. Als mijn vriendin voor de tweede keer naar het toilet gaat om te controleren of ze al leegbloedt, buig ik naar onze vriend toe. ‘Hee, het betekent wellicht niks, maar ze is overtijd… Ja, een dagje pas hoor.’
Twee grote ogen. ‘Oh. Oké, en wat nu?’
Ik haal mijn schouders op: ‘afwachten.’
Hij knikt. ‘Wanneer weten jullie meer?’
‘Over een paar dagen’, lieg ik, want straks trek ik een sprintje naar de apotheek voor een nieuwe test. Maar ervaring leert: altijd een dagje erbij optellen om eventuele meevaller of tegenvaller zelf te kunnen verwerken.
‘Spannend, toch?’, zegt hij, met wat twijfel in zijn stem of het inderdaad spannend is, één dag overtijd.
‘Ze heeft wél sappige eierstokken. Dus wie weet.’
Ondertussen zijn de sappige eierstokken weer terug. ‘En?’ fluister ik.
‘Nog niks.’
We lopen nog even door, maar ik wil weg. Ik wil die stomme test halen. Ik zeg dat ik nog reuze veel te doen heb die middag en eigenlijk wel wil gaan. ‘Ja ik ook!’ zegt m’n vriendin, haar jas aantrekkend.
‘Doen we nog een biertje vanavond?’ vraagt onze vriend.
‘Ja joh, gezellig!’ zeg ik een octaaf hoger. We nemen afscheid, ‘oke doei!’ en weg zijn we.
‘Rij je een beetje rustig?’ vraagt mijn vriendin als ik met 70 de binnenstad in race.
‘Ja hoor!’

Mensen, ik vind het opeens spannend.

 

 

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: